De cto als duurzaamheidsspecialist

Na al het natuurgeweld van de afgelopen tijd en de besluiteloosheid van de politiek, die niet weet wat ze met duurzaamheid aan moet, is het tijd om op een andere manier te gaan kijken naar hoe we verduurzaming op de agenda kunnen zetten. Technologie is hierbij de sleutel, al lijkt dat misschien tegenstrijdig.

Wat mij betreft is technologie een van de belangrijkste oplossingen voor de verduurzaming van de samenleving. Ik vind dat ze bij elkaar horen, maar zie nog te vaak dat het twee aparte werelden zijn. Vooral in het bedrijfsleven. Want de duurzaamheidsspecialist is nu vaak een adviseur van de ceo, of hij doet enkele ‘goede projecten’ naast zijn gewone werk. De cto (chief technology officer) is bezig met technologie voor binnen en buiten het bedrijf, en praat over het algemeen niet met de duurzaamheidsspecialist.

Ik vind dat de cto verantwoordelijk moet worden voor de duurzaamheidsdoelstellingen van het bedrijf: de cto wordt de spreker op de VN-conferentie over duurzaamheidsdoelstellingen!

Duurzaamheid is nu helaas nog te vaak een luxeproduct. We doen het erbij als het kan, maar het raakt veelal op de achtergrond als het tegenzit. En op zich is dat wel te begrijpen. Kijk bijvoorbeeld naar China: waar eerst veel korte termijn aandacht en geld besteed werd aan het bestrijden van armoede, is hier nu veel aandacht en nieuwe regelgeving voor duurzaamheid. De productie van elektrische auto’s en de afzet daarvan in China is momenteel gigantisch. Dus ik begrijp zeker dat de meeste organisaties ook eerst de korte termijncijfers willen halen voordat de duurzaamheidsdoelen worden nagestreefd. Maar kunnen we dit korte– en langetermijndenken niet beter met elkaar verenigen?

Kosten of milieu?

Vliegen hoeft al lang niet meer om iedereen met elkaar te laten vergaderen, en toch blijven we dat maar doen.

Voor de meeste cto’s vormen data de grootste uitdaging: het beheren, verkrijgen en onderling uitwisselen van data. Hoe kunnen data ervoor zorgen dat we nog slimmer, efficiënter en goedkoper worden? En wat als de cto zichzelf vanaf nu de vraag stelt hoe data de duurzaamheid binnen de organisatie kunnen vergroten? En als we robots maken die onze werkprocessen overnemen, zullen we er dan direct voor zorgen dat deze duurzamer zijn dan de oude productiemethodes?

De sector die hier momenteel het meest innovatief in is, is wat mij betreft de transportsector. Grote en kleine bedrijven maken slim gebruik van de combinatie van lege vervoersmiddelen en data. Onlangs ontving de start-up Quicargo € 450.000 van investeerders om in Nederland een online marktplaats te lanceren, waarbij transportbedrijven de lege laadruimte van vrachtwagens kunnen verkopen aan nieuwe klanten. Via data wordt duidelijk gemaakt welke vrachtwagens vracht mee kunnen nemen.

Helaas is dit nog best moeilijk van de grond te krijgen, omdat veel bedrijven hun data liever niet willen delen, om de concurrentie zo niet in de kaart te spelen. Maar wat als deze bedrijven nu eens enkele harde doelen op de scorecard zetten, waardoor de cto een bonus krijgt als de CO₂-uitstoot verlaagd wordt en er minder wordt gereden in plaats van meer? En dat hij daarmee dus wordt beloond voor het samenwerken met de concurrentie?

Daarnaast is de cto intern druk om de werkwijze van werknemers met technologie te stroomlijnen. Welke technologie kiezen we om onze medewerkers niet alleen beter, gemakkelijker en efficiënter hun werk te kunnen laten doen, maar ook duurzamer?

Vliegen hoeft al lang niet meer om iedereen met elkaar te laten vergaderen, en toch blijven we dit maar doen. Soms wordt er binnen organisaties enkele maanden minder gevlogen, om te zorgen dat de bedrijfsresultaten voor de aandeelhouders er goed uitzien, maar daarna vliegen we er vaak weer lustig op los. Het gaat immers om kostenbesparing, en niet om het milieu.

Het Nieuwe Werken 3.0 zou als doel moeten hebben om met behulp van technologie duurzaamheid te vergroten. Waar nu het doel nog vaak is om de kantoorruimte te verkleinen, of energiekosten te besparen, moet de scorecard gericht worden op duurzaamheid. Hoeveel uitstoot beperken we als we minder vliegen, meer thuiswerken, op andere locaties zitten en met onze klanten gaan skypen? Maak de cto hiervoor verantwoordelijk en laat de directie hier maandelijks naar kijken.

Techniek en duurzaamheid vormen een ideale combinatie, met de cto als specialist. Met de opkomst van data en de cloud liggen er gouden kansen voor organisaties om bij te dragen aan de duurzaamheid en daarbij ook nog kosten te besparen. Dat is winst voor de wereld en winst voor het bedrijfsleven.

De start-up en het basisinkomen

De politiek is langzaam wakker aan het worden en de burger vindt er het zijne van: ik heb het hier over het basisinkomen. Een inkomen voor iedere burger, zonder plichten, restricties en onafhankelijk van wie je bent of wat je achtergrond is. Een inkomen dat los staat van werk.

Wat mij betreft moeten we hier echt mee gaan experimenteren. Waarom? Omdat er dankzij de opkomst van technologie straks geen werk meer is voor iedereen, aangezien beroepen overbodig worden. En omdat we welvarend genoeg zijn om iedereen zekerheid te kunnen bieden. En een leven zonder angst om je baan te verliezen en je hypotheek niet meer te kunnen betalen, biedt ruimte voor ideeën en ondernemerschap.

Onlangs lanceerde staatssecretaris Jetta Klijnsma een eerste, voorzichtig initiatief in deze richting. Mensen met een bijstandsuitkering – jong en oud – mogen een eigen bedrijf proberen op te zetten, met behoud van hun uitkering en zonder dat ze hoeven te solliciteren.

Dit is door veel mensen met hoongelach en afgunst ontvangen, want ja, ‘dat willen we allemaal wel’. Is dat zo? Ik geloof er niets van! Bijna niemand gaat vrijwillig in de bijstand. De meeste mensen willen hun eigen broek kunnen ophouden en soms moet de overheid daar op een andere manier in faciliteren. Het belangrijkste daarbij is dat hier niet allerlei ingewikkelde voorwaarden aan kleven die alle verantwoordelijkheid bij mensen weghalen.

Het basisinkomen is geen liefdadigheid. De verwachting is dat dit model de maatschappij verder brengt. Geen directe winst voor de investeerder, maar wel voor ons allen. Het zorgt voor de groei van het bruto nationaal geluk en een gezonder leven met minder ziektekosten.

Dat we politiek gezien moeten nadenken en experimenteren met het basisinkomen begrijp ik, maar het gaat mij veel te langzaam. De discussie over werkgeverschap en het basisinkomen zie ik nog bijna niet terug. Daarom doe ik een oproep aan start-ups en technologiebedrijven om te helpen en te gaan experimenteren met het basisinkomen. Het is immers technologie die ons dwingt, maar ons tegelijkertijd ook de mogelijkheid biedt, om anders te kijken naar werk en inkomen.

Een aantal start-ups in Silicon Valley heeft zich al gestort op het idee van het basisinkomen. Zij zien hier mogelijkheden en zetten hun angst voor het onbekende opzij. Sceptici zeggen dat ze dat doen om hun schuldgevoel af te kopen, omdat we dankzij hun vindingen in deze situatie terecht zijn gekomen. Gelukkig zijn er ook believers die zien dat start-ups niet alleen voor de snelle winst gaan, maar ook willen innoveren in maatschappelijke langetermijnbelangen: investeren in human capital op maatschappelijk niveau.

De start-up-incubator Y Combinator is een van de bedrijven die experimenteert met het basisinkomen. Van de inkomsten uit andere investeringen hebben zij honderd families voorzien van een basisinkomen, om te zien hoe dit deze mensen helpt om creatieve initiatieven te ontwikkelen. Via data uit deze experimenten willen ze graag leren wat er gebeurt. Denk maar niet dat deze families achterover zijn gaan leunen en lekker niets deden. Wij mensen zijn een ondernemend soort. Dus vakmanschap, businessideeën, zorg en educatie krijgen ineens meer aandacht en tijd van deze families, en bieden de 21ste-eeuwse samenleving zo nieuwe kansen.

Het basisinkomen is geen liefdadigheid. De verwachting is dat dit model de maatschappij verder brengt. Geen directe winst voor de investeerder, maar wel voor ons allen. Het zorgt voor de groei van het bruto nationaal geluk en een gezonder leven met minder ziektekosten. Want leven met stress en angst in een baan die wellicht niet goed voor je is, is ongezond. Het idee achter een start-up-incubator als Y Combinator is vergelijkbaar met het idee van ondernemen van Henry Ford. Hij wilde niet alleen auto’s verkopen, maar wilde er ook voor zorgen dat meer families welvarender zouden worden.

In Nederland ben ik zulke ondernemers nog niet tegengekomen. Het wordt tijd om niet alleen te kijken naar omzetdoelen op korte termijn, maar om initiatieven te ontplooien die zorgen voor maatschappelijke disruptie en innovatie. Om een nieuwe start-up te starten die financiering, technologie en het basisinkomen met elkaar verbindt en hierin het voortouw neemt. Of op iets kleinere schaal: bedrijven die hun medewerkers een dag per week de tijd geven om nieuwe ideeën te bedenken – zoals Google – kunnen dit wellicht gebruiken om met het basisinkomen te experimenteren.

We dienen dus niet alleen te investeren in de eigen medewerkers, maar ook in mensen buiten het bedrijf. Zoals de Italianen zeggen: ‘chi non risica, non rosica’. Wie niet riskeert, zal niet bloeien.