Lang leren leven — dat is de toekomst

Lang leren leven — dat is de toekomst

De ene hype is nog niet geland, of de volgende dient zich alweer aan. Als ceo is het bijna onmogelijk om alle ­managementtrends bij te houden. Naast duurzaamheid, authentiek leiderschap en zelfsturing, is er nu ‘een leven lang leren’. Dit betekent dat we niet langer alleen maar als scholier en student ploeteren voor het behalen van diploma’s, maar dat we tijdens ons hele (werkende) leven continu moeten blijven leren. Dat zou nodig zijn om het hoge tempo van deze tijd bij te kunnen benen.

Ik begrijp deze hele hype niet zo. Ik denk juist dat de focus van de discussie verlegd moet worden naar ‘lang leren leven’. Volgens de voorstanders van een leven lang leren leiden een kenniseconomie die mondiaal voorop wil lopen en het moordende tempo van technologische ontwikkelingen ertoe dat we ons steeds in nieuwe vaardigheden moeten bekwamen. We moeten meer en sneller leren, want de concurrentie en de robots zitten ons op de hielen. En dus is het noodzakelijk dat we van jongs af aan nieuwe technologieën onder de knie krijgen, en dat we permanent openstaan voor nieuwe ontwikkelingen.

Maar er is ook kritiek op een leven lang leren. In haar artikel Hou toch eens op met je leven lang leren bekritiseert Marieke Blom, hoofdeconoom bij ING, deze trend. Instanties die ons geholpen hebben in de 20ste eeuw bieden scholingsfondsen, transitieve vergoedingen en proberen nieuwe vormen van arbeidscontracten te stimuleren. Maar deze instanties komen zelf voort uit de traditionele arbeidsmarkt en lijken lastig uit die rol te kunnen stappen.

Blom is kritisch over een leven lang leren, omdat zij vindt dat we daarmee niet zorgen dat iedereen aan werk komt, en omdat hierdoor grote groepen uitgesloten worden van de arbeidsmarkt. Deze groepen zijn niet meer in staat nieuwe technologieën te gebruiken of te overzien. Haar oplossing is de arbeidsmarkt transparanter te maken en mensen zich gerichter te laten ontwikkelen.

Ik vind dat er in de discussie aan beide kanten een aantal belangrijke gezichtspunten ontbreekt. Er is weinig aandacht voor de mens zelf en voor de ontwikkeling van de maatschappij als geheel. Volgens mij is een leven lang leren helemaal niet zo vernieuwend. De wil om te leren is immers inherent aan de mens. Wij worden nieuwsgierig geboren en vanuit een evolutionistisch oogpunt is leren al sinds ons ontstaan onmisbaar. In het FD van zaterdag 18 maart werd bevestigd dat ook jongere generaties kiezen voor banen waarin ze zichzelf kunnen ontwikkelen.

Een leven lang leren wordt neergezet als een onvermijdelijk proces dat alle medewerkers moeten doorlopen, zodat ze straks kunnen meekomen op de arbeidsmarkt. Het idee van een leven lang leren (en de praktische toepassingen hiervan) is gebaseerd op een traditioneel beeld van de arbeidsmarkt en de arbeidsverhoudingen. De zzp’er is zielig en moet beschermd worden, dat idee.

En dat terwijl er allemaal nieuwe beroepen om ons heen ontstaan die van grote waarde blijken. Vakmanschap en handwerk worden steeds belangrijker en bloggers verdienen meer dan ­menige ceo. Onlangs stond in Metro de kop Bloggersbestaan te verkiezen boven goede baan. Mijn vraag daarbij is: wie bepaalt er dan wat een goede baan is? Als maatschappij moeten we onze dogma’s loslaten over wat goede banen zijn, en wat medewerkers allemaal moeten kunnen. Ja, de ontwikkelingen gaan snel, maar de mens is inventief genoeg om daarin mee te gaan. Daar is een leven lang leren niet voor nodig.

Tot slot is het van belang ons te rea­liseren dat een leven lang leren ons figuurlijke ruimte ontneemt. Onze standaardtaken worden steeds vaker overgenomen door robots en dat biedt ons de ruimte om na te denken over wat we willen en kunnen doen om ons leven zo goed mogelijk in te richten. In onze westerse maatschappij is er ruimte genoeg voor meer vrije tijd. Laten we kijken hoe we een minder gestrest leven kunnen leiden. In plaats van te focussen op de (mogelijk) negatieve gevolgen van technologische ontwikkelingen voor onze banenmarkt en daarmee nog meer druk te leggen op de werknemers, pleit ik ervoor dat we aandacht gaan besteden aan de ruimte die we krijgen door al die taken die overgenomen worden. Deze ruimte kunnen we gebruiken om gezamenlijk te bepalen hoe we met z’n allen lang kunnen leren leven.