Vergaderen kan ook in de groentetuin

Vergaderen kan ook in de groentetuin

Worden er over vijftig jaar excursies georganiseerd naar de Zuidas? Gaan we ons dan verwonderen over de kantoorpanden waar je vroeger in moest werken? Valt onze mond dan open over al die hokjes, bureaus, verlaten schermen en telefoons waarmee conference calls werden gehouden? En beseffen we daarna geschokt dat dit in 2017 een ‘moderne kantooromgeving’ werd genoemd?

Ik vraag me al geruime tijd af waarom er nog steeds zoveel moeite wordt gedaan om nieuwe kantoorpanden in steden of langs snelwegen te bouwen. Het ene kantoorpand nog quasi-moderner dan het andere. Vooral veel glas, want dan lijkt het voor de argeloze voorbijganger alsof het bedrijf erg transparant is.

Illustratie: Jacob Stead
Illustratie: Jacob Stead

Denk bijvoorbeeld aan het alom geprezen gebouw The Edge aan de Zuidas. Volgens de kenners een computer met een dak: het gebouw is voorzien van alle mogelijke moderne snufjes. Zo past het licht en de temperatuur in het gebouw zich aan aan de wensen van de medewerkers. Voor de toekomst wordt verwacht dat er kantoorpanden komen met bureaus die zo slim zijn dat ze de zittende persoon laten weten wanneer deze even een wandelingetje moet gaan maken. Een modern kantoorpand draagt bij aan het merk en maakt een bedrijf aantrekkelijk voor jonge medewerkers.

Steden wedijveren onderling over wie de grootste, hoogste, modernste of indrukwekkendste kantoorpanden heeft, want dan is de stad innovatief en aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders. Zo’n imago streelt het ego van de stad. Zijn kantoorpanden de nieuwe stadspaleizen?

Mijn pleidooi is niet zozeer dat er niet meer gebouwd mag worden. Wat ik echter niet begrijp is dat, ondanks dat al deze kantoorgebouwen suggereren dat bedrijven erg vernieuwend zijn, er voor de manier van werken in die panden nog steeds wordt teruggegrepen op dezelfde oude fenomenen: kamers om te vergaderen, bureaus om je mail weg te werken, en hier en daar een hippe open plek waar je elkaar kunt ontmoeten. Maar nog altijd doen we dag in, dag uit hetzelfde en worden de werkvormen weinig vernieuwd. Steeds maar nieuwe kantoorpanden uit het beton laten verrijzen is dus geen duurzame oplossing als het werken wat betreft inhoud, vorm en tijdsbesteding drastisch gaat veranderen.

Ik denk dat interactie, samenwerking en ontmoeting een menselijke behoefte is die blijft. Waarom zijn barista’s in koffiebars en eigenaren van barbershops nu de meest hippe beroepsgroepen in onze samenleving? Dit zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten en tijd hebben voor elkaar. Veel grote corporates huren tegenwoordig, naast hun eigen vernieuwde kantooromgeving, ook een plek in een flexibele werkomgeving om in contact te komen met kleine zelfstandigen, of mogelijke nieuwe doelgroepen.

Het kantoorpand van de toekomst is virtueel. Want met artificial intelligence kun je elkaar altijd en overal ontmoeten en samenwerken op een virtueel whiteboard. Samen aan een whiteboard staan, terwijl je eigenlijk gewoon in je pyjama zit op de bank. En als we fysiek met elkaar willen vergaderen, stappen we gezamenlijk in een zelfrijdende auto. Het creatieve gedeelte van onze samenwerking doen we dan als nomads tijdens een workaction in een exotisch land of in een van die fijne koffiebarretjes in de stad, of zelfs samen op een picknickkleed in het park.

Dus als ceo of burgemeester zou ik de focus nu verleggen van hippe kantoorpanden naar mooie omgevingen waar mensen bij elkaar kunnen komen. Als dat basissalaris of die zes-urige werkdag dan eindelijk vorm krijgen, zijn er dan wel voldoende plekken waar we als mensen kunnen werken en leven? Mooie parken op de Zuidas? Of een grote kunsthal met fijne zithoeken? Of wat dacht je van een revival van de volkstuintjes waar we samen groenten kunnen verbouwen, of bijeen kunnen komen?

Terugkijken naar de architecten van het verleden, die grote pleinen of parken ontwierpen, is dus zo gek nog niet. Laat de stad een reflectie zijn van hoe we in de 21e eeuw willen leven en werken. Daarin moeten we een balans vinden tussen het virtuele en het fysieke. Laten we allereerst een stap terug doen van die grote kantoorpanden: want die hebben over vijftig jaar geen enkel nut meer.